De Nestorkroniek

 

De Russische kroniek “Verhaal van voorbije jaren”( Повесть временных лет ),  vaak ook Nestorkroniek genoemd,  is het eerste en oudste deel van een groep Oost-Slavische kronieken. De Povest wordt toegeschreven aan de monnik Nestor van het Kiëvse Holenklooster, die tevens auteur is van de hagiografie “Het leven van Feodosij”. Naar alle waarschijnlijkheid zijn echter slechts delen van de kroniek van zijn hand. Wel is het zeker dat de Povest in het Holenklooster is geschreven. De oorspronkelijke kroniek beschrijft de geschiedenis van  Kiëv-Roes vanaf de periode na de zondvloed tot 1110. De Povest is een mengeling van christelijk geïnterpreteerde historische feiten en  volksoverleveringen en bevat veel  bijbelse en hagiografische elementen. De auteur of auteurs stellen zich ten doel de eenheid en verhevenheid van het land van Roes en zijn orthodox-christelijke beschaving te bezingen. Het ontstaan ervan wordt gedateerd aan het begin van de twaalfde eeuw. De kroniekschrijvers baseren zich voor hun kennis van de wereldgeschiedenis in belangrijke mate op de uit de negende eeuw daterende kroniek van Georgios Hamartolos, een Byzantijnse monnik. De geschiedenis wordt door Hamartolos opgesplitst in vier periodes vanaf de schepping van de wereld tot het jaar 842.

De Nestorkroniek heeft oorspronkelijk drie redacties gekend. De eerste ontstond in Kiëv tussen 1113 en 1115. In deze redactie zijn “Het verhaal van de verspreiding van het Christendom in Rusland” (1037) en de “Kroniek van  het Kiëvse Holenklooster” (1073) opgenomen. In 1116 volgde de tweede redactie van de hand van de abt Silvester van het St. Michael-Vydubickij Klooster in Kiëv. De derde redactie, uit 1118, kwam voort uit de kring rond Mstislav Vladimirovitsj, vorst van Novgorod  en de oudste zoon van Vladimir Monomach. Deze oorspronkelijke redacties zijn niet bewaard gebleven maar overgeleverd via latere kronieken, alle van Russische bodem.  De bekendste zijn  de Codex Larentianus (Lavrentjevskaja Letopis) uit 1377 en de Codex Hypatianus (Ipatjevskaja Letopis) uit het begin van de vijftiende eeuw. De Codex Laurentianus, genoemd naar de monnik Lavrentij, wordt meestal als uitgangspunt gebruikt voor weergave van de kroniek. Hierop is ook de onderstaande vertaling gebaseerd.  De Codex Laurentianus zet de oorspronkelijke kroniek voort van 1111 tot 1305 en beschrijft voor die periode gebeurtenissen in het Noord-Oosten, met name in het vorstendom Soezdal. De Codex Hypatianus bevat de beste weergave van de derde redactie van de Povest en behandelt in drie delen de geschiedenis tot 1292. Een andere zich op de Povest baserende kroniek is de Radzovilkroniek (Radzovilovskaja Letopis). Deze is geschreven aan het einde van de vijftiende eeuw en behandelt  de geschiedenis tot 1206. Het  werk is verlucht met een groot aantal miniaturen. De Troitskijkroniek, ten slotte, vult de geschiedenis van Kiëv-Roes zoals beschreven in de Povest aan met een geschiedschrijving van Moskou tot 1409. Deze kroniek is in 1812 tijdens de brand van Moskou verloren gegaan. Delen ervan zijn opgenomen in het  werk “Geschiedenis van de Russische staat” van de Russische historicus N.N. Karamzin.

 

Er zijn meerdere stijlen in de Nestorkroniek te herkennen. Allereerst de stijl van de annalen: een nuchtere en zakelijke opsomming van concrete historische gebeurtenissen van een bepaald jaar, ongeacht of ze toen feitelijk hebben plaatsgevonden of moeten dienen als verklaring voor andere feiten of gebeurtenissen. De Byzantijnse annalenstijl heeft hier zijn invloed doen gelden. In de tweede plaats de beschouwende stijl, vaak gebruikt in combinatie met annalenstijl. Opvallend in deze stijl is de  religieus-belerende, retorische  toon. Historische gebeurtenissen of natuurverschijnselen worden religieus geïnterpreteerd.  Zo worden  oorlogen of rampen gezien als straf van God voor conflicten tussen vorsten, terwijl overwinningen of successen beschouwd worden  God’s  beloning voor de deugdzaamheid en mildheid van heersers. Veelvuldig wordt geciteerd uit het oude testament, heiligenlevens  en andere religieuze geschriften. Er wordt overvloedig gebruik gemaakt van het middel van de retoriek.  Een derde stijl is die van de sagen. Hierin worden oude, mondeling overgeleverde verhalen en anekdoten op levendige wijze weergegeven. Ze vormen een levendige aanvulling op de bondige jaarberichten. De auteur is in deze tekstdelen veel minder religieus gepreoccupeerd en maakt geen of nauwelijks gebruik van retorische middelen. Er is sprake van een naieve, ongekunstelde  schoonheid. Het feit dat in de Povest diverse meerdere stijlen te herkennen zijn doet vermoeden dat er sprake is van meerdere auteurs.

Het wereldbeeld dat uit de kroniek oprijst is collectivistisch en vervuld van een christelijke heilsverwachting. Er is sprake van een dualisme van goed en kwaad, een strijd tussen God en duivel, christendom en heidendom.

 

Onderstaand zijn de kroniekjaren van 1029 tot 1074  vertaald. De kroniek beschrijft hier de regeringsperiode van Jaroslav de Wijze (1036-1054) en de machtstrijd die zich na zijn dood ontspint tussen zijn zonen. De kroniekschrijver roemt  Jaroslav’s verdiensten voor de verspreiding van het christendom en besteedt veel aandacht aan zijn krijgsverrichtingen.  Onder het jaar 1051 vinden we een passage over de geschiedenis van de stichting van het Kiëvse Holenklooster. Kenmerkend voor het Christelijk-orthodoxe, middeleeuwse denken zijn de verhalen over duivels en tovenaars, die we aantreffen onder het jaar 1071.

 

 

Start
inleiding
jaren 30 - 11e eeuw
jaren 40 - 11e eeuw
jaren 50 - 11e eeuw
jaren 60 - 11e eeuw
jaren 70 - 11e eeuw
jaren 80 - 11e eeuw
jaren 90 - 11e eeuw
jaren 00 - 12 eeuw
jaren 10 - 12e eeuw
Start ] [ inleiding ] jaren 30 - 11e eeuw ] jaren 40 - 11e eeuw ] jaren 50 - 11e eeuw ] jaren 60 - 11e eeuw ] jaren 70 - 11e eeuw ] jaren 80 - 11e eeuw ] jaren 90 - 11e eeuw ] jaren 00 - 12 eeuw ] jaren 10 - 12e eeuw ]