|
In
6537 (1029) was het vredig. In
6538 (1030) nam Jaroslav Belz[1]
in. Aan Jaroslav werd een vierde zoon geboren en hij noemde hem
Vsevolod. In hetzelfde jaar trok Jaroslav op naar de ‡uden[2],
overwon hen en stichtte de stad Jur’jev[3].In
die tijd stierf Boleslav de Grote in het land van de Lechen[4]
en er brak daar een opstand uit. Het revolterende volk doodde zijn
bisschoppen, popes en bojaren; er heerste oproer bij hen. In
6539 (1031) verzamelden Jaroslav en Mstislav een grote
legermacht, trokken op tegen de Lechen en namen opnieuw de steden der ‡erven[5]
in. Zij verwoestten het land van de Lechen, brachten veel Lechen mee
terug en verdeelden hen. Jaroslav liet zijn krijgsgevangenen zich
vestigen in het gebied langs de Ros’ en daar zijn zij tot de dag van
vandaag. In
6540 (1032) begon Jaroslav langs de Ros’ steden te stichten. In
6541 (1033) stierf Mstislavs zoon Eustafij. In
6544 (1036) ging Mstislav op jacht, werd ziek en stierf. En ze
zetten hem bij in Heilige- Verlosserskerk, die hij zelf had gesticht.
Want tijdens zijn regering was deze zo hoog opgetrokken als een man,
staande op een paard, met zijn hand kon reiken. Mstislav was grof van
gestalte, had een rode gelaatskleur en grote ogen. Hij was dapper in het
gevecht, genadig en zeer gesteld op zijn druûina[6],
voor wie hij niet zuinig was met bezit en die hij in eten en drinken
geen beperkingen oplegde. Hierna
nu nam Jaroslav zijn gehele gebied over en werd alleenheerser over het
Russische land. Jaroslav ging naar Novgorod en stelde zijn zoon Vladimir
aan in Novgorod. Als bischop benoemde hij Židjata[7]. En
in die tijd werd aan Jaroslav een zoon geboren, die Vja¹eslav
werd genoemd. Toen Jaroslav in Novgorod verbleef, kreeg hij bericht dat
de Pe¹enegen
Kiëv belegerden. Jaroslav verzamelde een groot leger, dat bestond uit
Varjagen en Slovenen[8],
ging naar Kiëv en trok zijn stad binnen. De Pe¹enegen
waren met tallozen. Jaroslav ging de stad uit en stelde zijn druûina
op voor de slag, de Varjagen in het midden, op de rechtervleugel
krijgslieden uit Kiëv en op de linkervleugel strijders uit Novgorod. En
zij stelden zich op voor de stad. De Pe¹enegen gingen in de aanval en zij leverden slag op de
plaats waar nu de Heilige Sofia staat, de zetel van de Russische
metropoliet; toen was het een veld buiten de stad. Het was een zware
veldslag, die tegen de avond ternauwernood door Jaroslav gewonnen
werd. De Pe¹enegen
vluchtten verschillende kanten op en wisten niet waar ze heen moesten.
Sommigen verdronken op de vlucht in de Setoml’, anderen in andere
rivieren en de rest is tot op de dag van vandaag voortvluchtig. In
hetzelfde jaar wierp Jaroslav zijn broer Sudislav in Pskov in de
gevangenis, omdat men deze bij hem belasterd had.
In
6545 (1037) stichtte Jaroslav de grote stad, die een gouden
poorten heeft[9];
hij stichtte de Heilige-Sofiakathedraal, de zetel van de metropoliet, en
daarna op de Gouden Poort de Heilige Maria-Boodschapkerk, vervolgens het
Heilige-Georgiosklooster en het Heilige-Irinaklooster.[10]
Tijdens zijn regering begon het christelijk geloof te bloeien en zich te
verbreiden, het aantal monniken groeide en er verschenen kloosters.
Jaroslav was gesteld op kerkelijke regels. Priesters achtte hij hoog,
monniken nog hoger. Met ijver legde hij zich toe op de boeken en las ze
vaak, zowel ‘s nachts als overdag. Hij bracht veel schrijvers bijeen
en liet de boeken uit het Grieks in het Slavisch omzetten.[11]
Zij schreven veel boeken over, welke bestudeerd worden door gelovigen
die vreugde scheppen in de leer van God. Zoals de een het land omploegt,
de ander zaait, weer anderen oogsten en eten van het overvloedige
voedsel, zo ook hier. Want zijn vader Vladimir ploegde het land om en
maakte het rul, dat wil zeggen hij verlichtte het door zijn doop.
Jaroslav nu zaaide het woord van de Schrift in de harten der gelovigen;
en wij zijn het die oogsten door de leer uit de boeken aan te nemen. Groot
is immers het nut van het bestuderen van de geschriften; zij wijzen en
leren ons de weg tot boete. In de woorden van de Schrift vinden wij
wijsheid en matigheid. Want het zijn stromen, die de wereld te drinken
geven, het zijn bronnen van wijsheid. In de boeken zit een onmetelijke
diepte; door hen worden wij bij droefheid getroost, zij zijn teugels tot
matigheid. Want groot is de wijsheid, zoals ook Salomon, haar prijzend,
zei: “Ik, wijsheid, heb het licht gehuisvest en het verstand en de
rede heb ik aangeroepen. De vreze des Heren ... Van mij zijn de
raadgevingen en de wijsheid, van mij zijn de zekerheid en de kracht.
Door mij heersen de vorsten en schrijven de machtigen het recht. Door
mij roemen zich de hoogwaardigheids-bekleders en beheersen de tirannen
het land. Ik houd van hen die van mij houden, zij die mij zoeken zullen
genade vinden.”[12] Wanneer gij immers in de
boeken naarstig naar wijsheid zoekt, dan zult gij groot heil vinden voor
uw ziel. Want hij die vaak de boeken leest, spreekt met God of met
heilige mannen. Wie de woorden van de profeten leest, de onderrichtingen
van het evangelie en de apostelen en de levens van de heilige vaderen,
die zal groot heil voor zijn ziel ontvangen.
Deze
Jaroslav nu, zoals wij reeds zeiden, hield van de boeken. Nadat hij er
vele had laten schrijven, legde hij ze neer in de Kerk van de
Heilige-Sofia, die hij zelf had gesticht. Hij versierde haar met goud,
zilver en liturgisch vaatwerk en op vaste tijden stijgen er de vaste
gezangen op tot God. Ook andere kerken liet hij bouwen in steden en
andere plaatsen. Hij stelde priesters aan, betaalde hen uit zijn eigen
bezit en gebood hen de mensen te onderrichten, omdat dat hun door God is
opgedragen, en vaak naar de kerk te gaan. Het aantal geestelijken nam
toe, evenals het aantal christenen. Jaroslav verheugde zich zeer,
wanneer hij de vele kerken en christenen zag, en de vijand weeklaagde,
daar deze zich door de nieuwe christenen overwonnen wist. In
6546 (1038) trok Jaroslav op tegen de Jatvjagen.[13]
In
6547 (1039) werd de kerk van de Moeder Gods, die Jaroslavs vader
Vladimir gesticht had, gewijd door Metropoliet Feopempt.[14]
[1] Stad in de streek Galicie-Volynie aan een zijstroom van de Westelijke Bug. [2] Estse stam. [3] Het huidige Tartu. [4] Het West-Slavisch volk der Polen, levend in het gebied tussen de Wisla en de Bug. [5] Een tak van de Oostslavische stam der Duleben. Hun steden werden in 1018 door Boleslav heroverd, nadat ze in 981 door Vladimir waren ingenomen. [6] Het gewapend gevolg van een vorst, vaak ook zijn vertrouwelingen. [7] Verkorte vorm van ¦idislav. Zijn christelijke naam was Luka. Hij was opvolger van Ioakim en de tweede bischop van Novgorod. Aan hem wordt toegeschreven het werk “Ondericht aan de broeders”. ¦idjata overleed in 1060 of 1061. [8] Volk dat zijn woongebied had nabij Novgorod. [9] Kiëv. In latere kronieken, die teruggaan op een redactie uit de vijftiende eeuw, is het woord "stichtte" vervangen door "voltooide". In deze kronieken wordt de stichting van Kiëv onder 1017 genoemd. [10]
Onder dit
kroniekjaar wordt een opsomming gegeven van bouwactiviteiten van
Jaroslav in Kiëv voor diens hele regeringsperiode. Niet duidelijk
is welke van de genoemde gebeurtenissen in 1037 plaatsvond. De
H.Georgioskerk werd zeker niet voor 1051 gewijd, daar in dat jaar
Ilarion, de inwijder van deze kerk, tot metropoliet werd benoemd. Georgij en Irina waren respectievelijk de doopheiligen van Jaroslav en van zijn echtgenote. [11] Volgens Lichaev wordt hier verwezen naar de oprichting door Jaroslav van een speciale vertalersschool die een groot aantal vertalingen uit het Grieks in het Russisch vervaardigde, waaronder de Kroniek van Georgij Hamartolos, de "Geschiedenis van het Joodse volk" van Flavius Josephus, vertalingen van de "Christelijke topografie" en vele andere. Volgens Thomsen waren deze werken vanuit het Oud-Bulgaars naar het Oud-Russisch vertaald. Bulgarije was al in de 9-de eeuw vanuit Byzantium gekerstend. [12] Niet geheel juiste weergave van Spreuken van Salomon 8, 12-17: Ik, wijsheid, woon met het verstand en ik zoek kennis door overleggingen. De vreze des Heren is het kwade te haten; trots en hooghartigheid, een boze wandel en valse mond haat ik. Van mij zijn raad en recht, ik ben de rede en van mij is de kracht. Door mij regeren de vorsten en verkondigen de machthebbers recht. Door mij heersen de gezagsdragers en hoogwaardigheidsbekleders en alle rechters der aarde. Hen die mij liefhebben heb ik lief en zij die mij zoeken zullen mij vinden. [13] De Jatvjagen: een Litouwse stam. [14] Vergissing van de kroniekschrijver. De kerk van de Moeder Gods was vijftig jaar eerder gewijd. Hier wordt bedoeld de in 1037 gestichte Heilige Sofiakathedraal. De wijding van de Heilige Sofia viel samen met de instelling van de Russische metropolie, met als eerste hoofd de Griekse metropoliet Feopempt, die viel onder het gezag van het patriarchaat van Konstantinopel.
|
||
|
|