|
In
6558 (1050) overleed de vorstin, de echtgenote van Jaroslav.[1]
In
6559 (1051) stelde Jaroslav (I)larion in een
bisschoppenvergadering aan als metropoliet over Rusland in de kerk van
de Heilige Sofia.[2] En dan zullen we in dit verband vertellen waarom het Holenklooster deze naam kreeg. De godlievende vorst Jaroslav hield van het dorp Berestovoje en van de Kerk van de Heilige Apostelen die daar stond. Hij was beschermheer van vele geestelijken, onder wie een priester Ilarion genaamd, een barmhartig man, die van boeken hield en veel vastte. Deze Ilarion placht van Berestovoje naar de Dnepr te gaan, naar een heuvel waar nu het oude Holenklooster staat, en bad daar vaak, want er was een groot bos. Hij groef een klein hol uit van twee sažen[3], en wanneer hij uit Berestovoje kwam, zong hij daar de getijden en bad in het verborgene tot God. Toen beroerde God het hart van de vorst en hij stelde hem aan als metropoliet van de Heilige-Sofiakerk, maar het hol bleef. En enkele dagen later gebeurde het dat een man met een wereldse naam uit de stad Ljubec[4] de goddelijke ingeving kreeg op reis te gaan naar een vreemd land. Deze nu vertrok naar de Heilige Berg[5], zag de kloosters die daar staan en tijdens zijn rondreis kreeg hij de monastieke leefwijze lief. Hij ging naar een klooster en verzocht de abt hem als monnik in te kleden. Deze voldeed aan zijn verzoek, diende hem de tonsuur toe en gaf hem de naam Antonij. Nadat hij hem had onderwezen en onderricht in de de monastieke leefwijze, sprak hij tot hem:”Ga terug naar Rusland en moge de zegen van de Heilige Berg over u komen, omdat vele monniken van u zullen komen.” Hij zegende hem en zond hem heen met de woorden:”Ga in vrede.” Antonij nu ging naar Kiëv en dacht na over de plaats waar hij zou moeten wonen. En hij ging langs kloosters, maar ze bekoorden hem niet, daar God dat niet wilde. Hij trok door wouden en over bergen, op zoek naar de plaats die God hem zou aanwijzen. Hij kwam bij de berg waar Ilarion het hol had gegraven en kreeg deze plaats lief. Hier vestigde hij zich en begon in tranen tot God te bidden, zeggende:”Heer, veranker mij op deze plaats en moge op deze plaats de zegen rusten van de Heilige Berg en van mijn abt, die mij tot monnik heeft gewijd.” En hij ging daar wonen, bad tot God, at om de dag droog brood, dronk met mate water en groef een hol. Noch overdag, noch ’s nachts gunde hij zichzelf rust, arbeidend, wakend en in gebed. Toen vernamen goede mensen van hem. Zij zochten hem op en brachten voor hem mee waaraan hij behoefte had. En hij werd bekend als de grote Antonij: zij die bij hem kwamen vroegen zijn zegen. Later, na het overlijden van grootvorst Jaroslav, nam zijn zoon Izjaslav de macht over en vestigde zich te Kiëv. Antonij was vermaard in heel het Russische land; Izjaslav nu, die vernomen had van zijn manier van leven, kwam met zijn druűina en vroeg om zijn zegen en gebed.
De grote Antonij werd door allen erkend
en gerespecteerd en er begonnen broeders naar hem toe te komen, die hij
aannam en de tonsuur toediende. Er verzamelden zich bij hem twaalf
broeders en zij groeven een groot hol, een kerk en kloostercellen, die
zich tot op de huidige dag in de grot onder het oude klooster bevinden.
Toen de broeders verzameld waren, sprak Antonij tot hen: “Het is God
die u, broeders, verenigd heeft en u bent hier dankzij de zegen van de
Heilige Berg, waarmee een abt van de Heilige Berg mij tot monnik gewijd
heeft en ik u. Kome allereerst de zegen van God over u en in de tweede
plaats de zegen van de Heilige Berg.” En verder zei hij tegen hen:
“Gij zult alleen verder leven. Ik zal een abt over u aanstellen, want
ik wil alleen naar gindse heuvel gaan om, zoals ik al eerder gewend was,
in eenzaamheid te leven.” En hij stelde Varlaam als abt over hen aan.
Zelf ging hij naar die heuvel en groef er een hol uit, dat zich bevindt
onder het nieuwe klooster. Hierin dan eindigde het leven van hem die in
deugd had geleefd en het hol in geen veertig jaar verlaten had. Hier ook
liggen zijn stoffelijke resten tot op deze dag. De broeders nu leefden
met hun abt in het hol. Toen het aantal broeders toegenomen was en er in
het hol niet meer voldoende ruimte voor hen was, vatten zij het plan op
om buiten het hol een klooster neer te zetten. De abt en broeders gingen
naar Antonij en zeiden tot hem: “Vader, het aantal broeders is
gegroeid, zodat wij niet meer in het hol kunnen wonen. Moge God, door uw
gebed, toelaten dat wij een kerkje buiten het hol neerzetten.” En
Antonij gaf zijn toestemming. Zij nu bogen zich voor hem en bouwden
boven het hol een klein kerkje neer met de naam
Heilige-Maria-Tenhemelopneming. En God begon door de gebeden van de
Heilige Moeder Gods het aantal monniken te vermeerderen en de broeders
en hun abt vatten het plan op een klooster te bouwen. De broeders gingen
naar Antonij en zeiden: “Vader, de broeders nemen toe in aantal en wij
zouden een klooster willen bouwen.” Antonij sprak verheugd:
“Gezegend zij God in alles en het gebed van de Heilige Moeder Gods en
van de vaders die op de Heilige Berg leven zij met u.” En na deze
woorden stuurde hij een van de broeders naar vorst Izjaslav met de
volgende boodschap: “Mijn vorst, God vermeerderde het aantal broeders
, maar er is te weinig ruimte. Geeft u ons toch de berg geven die boven
het hol is.” Toen Izjaslav dit hoorde verheugde hij zich, zond zijn
vertrouweling en droeg de berg aan hen over. De abt en de broeders
richtten een grote kerk op en het klooster omheinden ze met een
palissade. Ze maakten veel cellen, voltooiden de bouw van de kerk en
versierden die met ikonen. Hier vindt het Holenklooster zijn oorsprong,
omdat de monniken eerder in een hol leefden; daarom wordt het het
Holenklooster genoemd. Het is voortgekomen uit de zegen van de Heilige
Berg. Na de voltooiing van het Holenklooster onder abt Varlaam stichtte
Izjaslav het Heilige Dmitrijklooster. Hij stelde hierover Varlaam als
abt aan, omdat hij het hoger wilde plaatsen dan het Holenklooster,
daarbij rekenend op zijn rijkdom. Want vele kloosters zijn door keizers
en bojaren en uit rijkdom gesticht, maar het zijn niet dezelfde als die
zijn gebouwd met tranen, vasten, gebed en nachtwaken. Want Antonij had
goud noch zilver, maar hij bereikte zijn doel met tranen en vasten,
zoals ik reeds zei. Nadat Varlaam naar het Heilige-Dmitrijklooster was
gegaan, gingen de broeders in
beraad en begaven zich naar starec Antonij en zeiden: “Stel over ons
een abt aan.” Hij echter sprak: “Wie wilt ge?” Zij nu antwoordden:
“Hem die God wil en ook gij.” En hij zei tot hen: “Wie van u is
gehoorzamer, zachtmoediger, nederiger dan Feodosij, laat hij abt over u
zijn.” De broeders waren verheugd, bogen voor de starec en benoemden
Feodosij tot abt over de gemeenschap, die twintig broeders telde. Nadat
Feodosij de leiding over het klooster had overgenomen, stelde hij
onthouding, streng vasten en met tranen gepaard gaande gebeden in en
geleidelijk verzamelde hij veel monniken om zich heen, in totaal
honderd. En hij ging op zoek naar een monastieke regel en vond toen
Michail, monnik van het Studionklooster, die met metropoliet Georgij uit
Griekenland gekomen was. Hij begon bij hem te informeren naar de regel
van de monniken van Studion.[6]
En toen hij de informatie gekregen had, schreef hij de regel over en
voerde hem in zijn klooster in: hoe de kloostergezangen te zingen, een
buiging te maken, hoe de lezingen te doen. Ook het staan in de kerk, de
hele kerkelijke orde, het zitten aan tafel, wat te eten op welke dagen,
alles in overeenstemming met de regel. Nadat Feodosij dit hele statuut
gevonden had, legde hij het op aan zijn eigen klooster. Van zijn
klooster nu namen alle andere kloosters de regel over; daarom werd het
Holenklooster geëerd als het alleroudste. Terwijl Feodosij in het
klooster leefde, een deugdzaam leven leidde, toezag op de naleving van
de monastieke regel en ieder die bij hem kwam ontving, kwam ook ik,
zwakke en onwaardige knecht, bij hem en hij nam mij aan in mijn
zeventiende levensjaar. Zo heb ik opgetekend en vastgelegd in welk jaar
het klooster is ontstaan en waarom het Holenklooster zo wordt genoemd.
Maar over het leven van Feodosij zullen we nog spreken. In
6560 (1052) stierf Vladimir, de oudste zoon van Jaroslav, in
Novgorod en hij werd begraven in de Heilige Sofia, die hij zelf had
gesticht. In
6561 (1053) werd bij Vsevolod (Jaroslavią)
een zoon geboren uit de dochter van de Griekse keizer en hij noemde hem
Vladimir.
In
6562 (1054) overleed de Russische grootvorst Jaroslav. En toen
hij nog in leven was, ontbood hij zijn zonen en sprak tot hen: “Zie,
ik verlaat deze wereld, mijn zonen; hebt elkaar lief, omdat jullie
broers zijn, uit eenzelfde vader en moeder. Opdat, als jullie in liefde
tot elkaar leven, God met je is en hij jullie vijanden aan je zal
onderwerpen. En jullie zullen in vrede leven. Maar als jullie in haat
zullen leven, in twist en tweedracht, dan zul je zelf omkomen en het
land van jullie vaders en grootvaders te gronde richten, dat zij met
grote moeite hebben verworven; leeft echter in vrede, naar elkaar
luisterend. Welnu, ik vertrouw in mijn plaats de hoofdstad Kiëv toe aan
mijn oudste zoon en jullie broer Izjaslav; luistert naar hem, zoals
jullie naar mij luisterden, opdat hij voor u in mijn plaats zij. Aan
Svjatoslav geef ik ‡ernigov,
aan Vsevolod Perejaslavl’ aan Igor’ Vladimir en aan Vjaąeslav
Smolensk. En zo verdeelde hij de steden onder de broers, hen verbiedend
elkaars grenzen te overschrijden en elkaar te verjagen, en tegen
Izjaslav zei hij: “Als iemand zijn broer krenkt, dan help jij degene
die gekrenkt wordt.” En zo gebood hij zijn zonen in liefde te leven.
Hij was zelf al ziek toen hij in Vyšegorod aankwam, maar daar
verergerde zijn ziekte. Izjaslav was toen in..., en Svjatoslav in Vladimir,
maar Vsevolod was toen bij zijn vader. Deze was van de broers bij zijn
vader het meest geliefd en hem had hij altijd bij zich. Het einde van
Jaroslavs leven was aangebroken en hij gaf zijn ziel over aan God, op de
eerste zaterdag van de Vasten, op het feest van de Heilige Feodor (19
februari). Vsevolod legde het lichaam van zijn vader af, legde hem op
een slee en bracht hem naar Kiëv. Priesters zongen
de gebruikelijke gezangen en het volk huilde om hem; nadat ze hem
daarheen gebracht hadden, legden ze hem in een marmeren graf in de
Heilige Sofiakerk. En Vsevolod en alle mensen beweenden hem. Jaroslav
leefde 76 volle jaren. Het
begin van het bewind van Izjaslav in Kiëv. Aangekomen, vestigde
Izjaslav zich in Kiev, Svjatoslav in ‡ernigov, Vsevolod in Perejaslavl’, Igor’ in
Vladimir en Vjaąeslav in Smolensk. In hetzelfde jaar trok Vsevolod in
de winter op tegen de Turken in Voin’ en overwon de Turken. In
datzelfde jaar kwam Boluë met de Polovcen en sloot Vsevolod vrede met hen. En
de Polovcen keerden terug, vanwaar ze gekomen waren. In
6565 (1057) overleed Jaroslavs zoon Vjaąeslav
in Smolensk en zetten ze Igor’ in Smolensk neer, na hem weggehaald te
hebben uit Vladimir. In
6566 (1058) overwon Izjaslav de Goljad’[7]. In
6567 (1059) lieten Izjaslav, Svjatoslav en Vsevolod hun oom
Sudislav vrij uit de gevangenis, waar hij 24 jaar had gezeten. Nadat
ze hem bij het kruis de eed hadden afgenomen, werd hij monnik.
[1] Het
betreft de echtgenote van Jaroslav, Irina-Ingigerd, dochter van de
Zweedse koning Olaf.
[2] Gewoonlijk
kregen de Russische metropolieten hun aanstelling in Konstantinopel
van de Patriarch. Jaroslav de Wijze echter, die streefde naar
volledige onafhankelijkheid van de Russische kerk, stelde zelf
Ilarion aan als metropoliet en schond hiermee de voorschriften van
de Kerk van Byzantium.
[5] De
berg Athos.
[6] Het
Studionklooster in Konstantinopel, gesticht in de vijfde eeuw, was
beroemd om zijn regel. Uit het feit dat Feodosij deze strenge, in de
elfde eeuw half vergeten regel aannam, blijkt zijn afwijzing van de
in zijn tijd gebruikte monastieke regels.
[7] De
Goljad' was een onbekend volk nabij Smolensk.
|
|