|
In
6588 (1080) gingen de Turken van Perejaslavl’ de strijd aan tegen
Roes’. Vsevolod stuurde zijn
zoon Vladimir tegen hen uit. Vladimir trok te velde en versloeg de
Turken. In
6589 (1081), op 18 mei, vluchtten David Igorevi¹
en Volodar’ Rostislavi¹.
In Tmutorokan’ aangekomen namen zij Ratibor gevangen en vestigden zich
daar als heersers.[1] In
6590 (1082) stierf Osen’, de vorst der Polovtsen. In
6591 (1083) keerde Oleg uit Griekenland terug naar Tmutorokan’; hij
nam David en Volodar’Rostislavi¹ gevangen en vestigde zich als vorst in
Tmutorokan’. Hij verpletterde de Khazaren, die verantwoordelijk waren
voor de dood van zijn broer en ook hem zelf hadden bedreigd. David en
Volodar’ liet hij vrij.
In 6592 (1084), met Pasen, kwam Jaropolk naar Vsevolod. In dezelfde tijd vluchtten de twee zonen van Rostislav voor Jaropolk om later terug te keren en hem te verdrijven. Vsevolod stuurde Vladimir, zijn zoon, die Rostislavs zonen verjoeg en Jaropolk aanstelde als stadhouder van Vladimir. In hetzelfde jaar nam David Griekenlandvaarders gevangen in Oleë'e[2] en confisqueerde hun bezittingen. Vsevolod ontbood hem, nam hem mee en gaf hem Dorogobuû[3].
In
6593 (1085) wilde Jaropolk optrekken tegen Vsevolod, luisterend naar
slechte raadgevers. Toen hij dit vernam, stuurde Vsevolod zijn zoon
Vladimir tegen hen ten strijde. Jaropolk echter liet zijn moeder en druûina
achter in Lutsk[4]
en vluchtte naar Polen. Toen Vladimir in Lutsk aankwam, gaven de
inwoners zich over. Vladimir stelde David aan als stadhouder van
Vladimir in plaats van Jaropolk. De moeder en echtgenote van Jaropolk en
diens druûina
voerde hij mee naar Kiëv. De bezittingen van Jaropolk werden
geconfisqueerd. In
6594 (1086)[5] kwam Jaropolk uit het land
van de Lechen. Hij sloot vrede met Vladimir en deze keerde terug naar ‡ernigov. Jaropolk vestigde zich in Vladimir. Nadat
hij daar enkele dagen had verbleven ging hij naar Zvenigorod[6].
En voordat hij de stad had bereikt werd hij doorboord door de vervloekte
Neradets, die was beïnvloed door de duivel en door slechte mensen[7].
Terwijl hij op de wagen lag doorboorde Neradets hem vanaf zijn paard, op
22 november. En Jaropolk richtte zich op, trok de sabel uit zijn lichaam
en schreeuwde met luide stem: wee, de vijand, hij
heeft me te pakken gekregen. De drie maal vervloekte Neradets
vluchtte naar Rjurik[8] in Peremyël.
En de leden van zijn gevolg, Radko, Vonkina en anderen namen het lichaam
van Jaropolk voor zich op hun paard en brachten het naar Vladimir en
vandaar naar Kiëv. En de vrome vorst Vsevolod liep hem tegemoet met
zijn zoons Vladimir en Rostislav, tevens
alle bojaren en de zalige metropoliet Ioan met monniken en
priesters. En alle inwoners van Kiëv weenden hevig om hem. Met psalmen
en gezangen deden ze hem uitgeleide naar de Heilige Dmitrij[9].
Ze hulden hem in een lijkwade en legden hem op 5 december met eerbetoon
in een marmeren kist in de kerk van de heilige apostel Petrus, met de
bouw waarvan hij zelf eerder begonnen was. Terwijl hij heeft veel
ellende had doorgemaakt en buiten zijn schuld door zijn broers was
verbannen, gekrenkt en beroofd viel hem ook nog een bittere dood ten
deel.[10]
Maar hij heeft zich waardig betoond het eeuwige leven en rust
te verkrijgen. Want deze zalige vorst was stil, zachtmoedig,
nederig en vol liefde voor zijn broeders. Alle jaren gaf hij een tiende
van zijn bezit aan de Heilige Moeder Gods en hij bad altijd tot God met
de woorden: “Heer mijn God, aanvaard mijn gebed en schenk mij een dood
zoals aan mijn twee broeders Boris en Gleb, door vreemde hand, opdat ik
door mijn bloed alle zonden kan wegwassen en verlost word van deze
ijdele wereld en zijn verwarring en van het net van de duivel.” De
goede God negeerde zijn gebed niet: hij ontving die zaligheden die geen
oog gezien, geen oor gehoord en geen hart ervaren hebben, maar die God
heeft toebereid voor hen die hem liefhebben. In
het jaar 6595 (1087). In
het jaar 6596 (1088) werd de kerk van St. Michael in het klooster van
Vsevolod[11]
gewijd door metropoliet Ioan en de bisschoppen Luka, Isaja en Ivan,
terwijl Lazar igumen van het klooster was. In hetzelfde jaar vertrok
Svjatopolk uit Novgorod naar Turov en vestigde zich daar. Ook stierf in
dat jaar igumen Nikon van het Holenklooster en namen. In hetzelfde jaar
namen de Bulgaren Murom in. In
het jaar 6597 (1089) werd de Holenkerk van de Moeder Gods in het
Feodosijklooster gewijd door metropoliet Ioan, bissschop Luka van
Belgorod en bisschop Isaia van ‡ernigov, onder het bewind van van de edelgeboren
vorst Vsevolod, regeerder over het land van Rus’, en onder zijn
kinderen Vladimir en Rostislav, terwijl Jan bevelhebber was van het KiÁvse
duizendschap en Ioan igumen was. In dat jaar overleed metropoliet Ioan.
Ioan was goed thuis in de boeken en de leer, barmhartig voor armen en
weduwen en mild voor een ieder, rijk of arm. Hij was nederig en
zachtmoedig, zwijgzaam, doch welsprekend, en hij wist met de heilige
boeken de bedroefden te troosten; een dergelijk man was er voorheen niet
in Rus’, noch zal er na hem nog zo iemand komen. In datzelfde jaar
ging Janka, de eerder genoemde dochter van Vsevolod, naar Griekenland.
Janka nam de metropoliet Ioan, een eunuch, mee terug. De mensen die hem
zagen zeiden allen: “Zie, er is een dode gekomen.”
Toen hij daar een jaar had geleefd, stierf hij. Deze nu was geen
belezen man, maar hij was eenvoudig van geest en van woord. In dat jaar
werd de kerk van de Heilige Michael in Perejaslavl gewijd door Efrem,
metropoliet van die kerk. Hij had de kerk groot laten bouwen, omdat het
voorheen in Perejaslavl de zetel van de metropoliet was. Hij rustte de
kerk toe met veel voorzieningen en tooide haar met allerlei decoraties
en kerkelijke vaten. Deze Efrem nu was een eunuch en groot van gestalte.
Hij richtte in die tijd veel gebouwen op. Nadat hij de kerk van de
Heilige Michael had afgebouwd, liet hij een kerk op de stadspoort bouwen
ter ere van de Heilige Martelaar Feodor en daarna een kerk gewijd aan de
Heilige Andreas bij de kerk op de stadspoort en een stenen badhuis,
zoals eerder in Rus’ niet bestaan had. Verder richtte hij een stenen
omheining op vanaf de kerk van de Heilige Martelaar Feodor en verfraaide
hij de stad Perejaslavl met kerkgebouwen en andere bouwwerken.
[1] David’s vader Igor’ (zoon van Jaroslav) was in 1060 gestorven. Volodar’s vader Rostislav (kleinzoon van Jaroslav) was in 1066 in Tmutorokan’ vergiftigd door een Griekse gezant. [2] Handelsplaats aan de monding van de Dnepr. In de tekst van de Laurentiuskroniek wordt gesproken over gevangenname van Grieken. In latere teksten wordt wordt gesproken van Griekenlandvaarders. Ook de genoemde confiscatie wijst er waarschijnlijk op dat het kooplieden betreft die handel drijven met Griekenland. [3] Stad in Volhynië aan de bovenloop van de rivier de Goryn’. [4] Stad in Volhynië aan de rivier de Styr’, [5] In de Ipat'ev kroniek staat bij het jaar 6594 de volgende episode: “Vsevolod stichtte de kerk de Kerk van St. Andreas, tijdens de ambtsperiode van de zalige metropoliet Ivan ; bij die kerk bouwde hij een klooster, waar zijn dochter Janka werd gewijd toen zij nog een meisje was. Deze Janka verzamelde veel nonnen om zich heen en leefde met hen volgens de monastieke regel.” Het is onduidelijk waar dit door Vsevolod gestichte klooster zich in Kiëv bevond. Waarschijnlijk is het in 1240 door de Tataren verwoest. [6] Stad in Galicië, niet ver van L'vov. [7] Het is niet geheel duidelijk door wie Neradec werd gestuurd, waarschijnlijk echter door de zonen van Rostislav. [8] Zoon van Rostislav Vladimirovi¹. [9] Vermoedelijk het Dmitrij-klooster in Kiëv, dat was gebouwd door Jaropolk’s vader Izjaslav. De door Jaropolk gebouwde St. Petruskerk maakte deel uit van het kloostercomplex. In 1128 kwam het klooster in bezit van de monniken van het Holenklooster, die Het Dmitrij-klooster vervolgens omdoopten in het St.-Petrusklooster. [10] De overdreven grote sympathie, die de kroniekschrijver in zijn necrologie voor Jaropolk toont, is deels toe te schrijven aan het feit dat Jaropolk, zijn vrouw en dochter (gestorven in 1158) grote donaties aan het Holenklooster gedaan hebben. [11] Het betreft het klooster op Vydubi¹i, dat gesticht was door Vsevolod, de vader van Vladimir Monomach. |
|